Niveau 1 (bad 1)

  • Kinderen d.m.v een kindvriendelijke benaderingswijze watervrij maken.
  • Gebruik van materialen is hierbij van essentieel belang.
  • Kinderen een technisch correcte beenslag op zowel buik als rug aanleren.
  • Armslag van de schoolslag aanleren.
  • Het aanleren van het bovengenoemde gebeurt in een bad met maximaal 3 kinderen en 1 instructeur of instructrice.


Doelstelling van niveau 1:
kinderen zijn redelijk watervrij waarbij de basis van de rugslag en de schoolslag is aangeleerd.                                      

Niveau 2 (bad 2) 

  • Er wordt gewerkt aan een technisch vaardige arm-been combinatie.
  • De rugslag wordt geperfectioneerd.
  • De armvleugels worden methodisch afgebouwd.
  • Aanleren beenslag, borstcrawl en rugcrawl.
  • Methodische opbouw van het duiken.
  • Rechtstandige sprong van de kant en duikplank.
  • Spelenderwijs gebruik maken van het kleine duikscherm, in ondiep en diep water.


Doelstelling van niveau 2:
Kinderen zwemmen zonder armvleugels de basis van de elementaire slagen (schoolslag, rugslag). Ze zijn watervrij.

Niveau 3 (bad 3)

  • Het hele examenprogramma moet hier een automatisme gaan worden.
  • Aanleren hele borst en rugcrawl.
  • Drijven en uitdrijven buik en rug.
  • Oefenen en herhalen hele afstand op buik en rug.
  • Continueren zwemslagen.
  • Officiële afstand van onderwater zwemmen.
  • Afbouw buikkurk.


Doelstelling van niveau 3:
Kinderen bekend maken met het hele examenprogramma. Aan het einde van niveau 3 of aan het begin van niveau 4 zijn kinderen klaar om het A diploma te halen.

Niveau 4 (bad 4)

Op niveau 4 zwemmen kinderen die tegen het A examen aan zitten of voor het B diploma aan het oefenen zijn.